Raapzaad # 32 Gert Noordhoff over de regeneratieve landbouw

Gepubliceerd

in

door


Gert Noordhoff, akkerbouwer in de buurt van Bellingwolde, laat me een pluizig ‘drolletje’ zien. ‘Weet je wat dit is?’ Hij komt net van een akker af. Zijn vader (78) loopt, wat langzamer ook onze kant op. Een braakbal, zeg ik. Er ontgaat Gert weinig van wat er leeft op zijn land.

Hij en zijn vader stonden te kijken naar kale plekken in een perceel met wintergraan. ‘Te laat gezaaid, de grond was te nat.’ Hij piekert of de plekken opnieuw ingezaaid kunnen worden. Ergens ver in de lucht klinken Veldleeuweriken. Aan het eind van een teeltstrook rennen twee hazen achter elkaar aan. En, ‘zie je, een beetje links van die kerktoren daar loopt een roedel reeën.’

Het is windstil weer. Er hangt een lichte sluier voor de zon, en de temperatuur is aangenaam. Ik ben met mijn broer en diens vriend op bezoek. Gert neemt alle tijd om iets over zijn manier van boeren te vertellen. Na twee uur is hij nog niet uitgepraat.

Ik vraag aan de vader van Gert of hij Gert nog een beetje in bedwang kan houden. ‘Het is eerder andersom,’ zegt hij lachend. Het grondwater staat erg laag, zo’n twee meter onder het maaiveld. En even later gaat pa Noordhoff met een schop in de hand in een sloot staan en controleert hij of de drainagebuizen niet verstopt zitten. Hij is met een schop bezig om de openingen, die om de vijftien meter zitten, vrij te maken. Het is een klus die uithoudingsvermogen vraagt. Die precies laat zien wat het boerenwerk niet voor iedereen geschikt is. Toen ik hier vier jaar geleden was, stond pa Noordhoff  op de akker in de eindeloze rijen kolen te schoffelen. Onkruid bestrijden met chemie is uit den boze.

Gert wil volledig biologisch worden maar het is een langzame transitie, want wat er geteeld wordt, moet ook verkocht kunnen worden. En je hoeft als boer niet in één keer om te schakelen. Nu is de helft van het bedrijf biologisch. Gert laat ons een strook met gras en klaver zien. Hij zegt dat de rode klaver in het gras een stikstofbinder is en dus de groei van het gras bevordert, maar dat de stikstof in de vorm van nitraat in de bodem komt en dat verhardt na een paar jaar de bovenste laag. Hij wijst ook op muizengaten. Muizen kunnen een grasmat kapotmaken, maar zorgen ook weer voor de beluchting van de bovengrond. Dat hij een braakbal van de uil vindt is niet toevallig: er is wat te eten voor roofvogels. Even later vliegt er een torenvalk laag boven de akker en als we in de schuur zitten ziet hij vanuit zijn stoel een Blauwe kiekendief vliegen. De Bruine kiekendief is er nog niet maar dat zal niet lang duren.

De Paardenbloemen bloeien. Gert snijdt er eentje af en legt uit dat door de wortels van de Paardenbloem heel veel suikers in de omgeving komen van de plant waar bacteriën en schimmels van profiteren, de noeste bouwers in het ondergrondse voedselweb. Ook de bloeiende Ereprijs op het veld is een goed teken.

Het is de manier van kijken die biologische regeneratieve akkerbouwer zich eigen (moeten) maken: planten en dieren observeren als indicator van de vitaliteit, of het gebrek eraan, van de bodem. De regeneratief werkende boeren doen er alles aan om de bodem het werk te laten doen. Soms met ongewone technieken: in de schuur staat een roestvrijstalen vat waarin 2500 liter ‘thee’ van plantmateriaal gemaakt kan worden. In verdunde vorm wordt de infusie over een teelt heen gespoten. Gert, die vorig jaar de ketel aanschafte, is positief over de eerste resultaten.

Een andere, ongewone methode is om meerdere gewassen tegelijk op een stuk grond te telen. Bijvoorbeeld graan en bonen tegelijk.

Wat Gert en de zijnen doen is de zoektocht naar kwaliteit en niet de bulkprodctie van veel gangbare akkerbouwers. Kwaliteit die inhoudt dat er natuurinclusief geteeld wordt en waar in smaak en voedingswaarde van de oogst voorop komen te staan. De vitale bodem is daarbij het motorblok het systeem.


NATUURFONDS-logo - FINAL - coffee

© Stichting De Nieuwe Weg