Raapzaad #27 In gesprek met Jelwin Kuipers over Schotse Hooglanders en Herefords

Gepubliceerd

in

door


‘Er waren vier Schotse Hooglanders’, vertelt Jelwin Kuipers. Hij groeit op in Briltil, op de boerderij van zijn vader en oom. De melkkoeien verzorgde zijn oom en zijn vader de varkens, maar er zijn ook wat schapen en begin jaren negentig, Jelwin is een tiener,  enkele Schotse Hooglanders die zijn vader uit Duitsland had gehaald. En die dieren zijn een sleutel tot de radicale keuze die Jelwin, tegen zijn dertigste. maakt. Hij is opgeleid om gangbaar varkensboer te worden en heeft bij diverse varkensboeren gewerkt. Maar hij ziet dat de zeugen steeds meer biggetjes moeten krijgen, dat er weinig daglicht is in de stallen en geen stro op de vloer. Hij ziet er geen toekomst in. Hij ontmoet Ymkje, de moeder van hun twee kinderen, en zij is bezig met gezond eten. Het internet komt op en Jelwin zet een website en webwinkel op om vlees van de Schotse Hooglanders te verkopen. De dieren doen het het best op het slechtste stukje land, zegt Jelwin, en ze moeten in de winter ook niet op stal, ontdekt hij. En het zijn geweldige terreinbeheerders die in natuurgebieden voorkomen dat de grond dichtgroeit met gras of jonge boompjes. Door de mest zorgen ze ook voor explosies aan insecten, wormen etc. die weer aan de basis staan van de voedselketen.

Inmiddels zijn er 50 hooglanders en ook een kudde Herefords, een ander ras dat ook graag buiten staat. De vleesverkoop stijgt. En de waardering is groot.

Maar de toekomst van het bedrijf is onzeker omdat het steeds moeilijker wordt om voldoende natuurgrond te vinden. De grote terreinbeheerders als Natuurmonumenten en Groninger landschap zijn wisselvallig in hun beleid en pachtcontracten worden vaker afgesloten met  boeren die jonge melkkoeien laten grazen. Deze boeren meer pacht voor de grond. Maar een melkkoe loopt niet jaarrond buiten en ook niet in een familiekudde, zoals bij Jelwin. Ze dragen minder bij aan de hoofddoelstelling van de terreinbeheerder: het bevorderen van de biodiversiteit.

Een pachtcontract voor 20 hectare grond bij het Leekstermeer gaat volgend jaar verloren, en dat betekent dat hij een deel van dieren zal moeten afstoten. Het steekt hem dat het overleg hierover slecht gaat en daardoor zijn manier van leven op de tocht komt te staan.

Henk van der Molen en ik zoeken Jelwin op om bij te praten maar ook omdat hij doorgaat met het inzaaien van stroken weiland met een bloemenkruidenmengsel. Zijn zogenaamd Bloemenzee-project dat weilanden kleurrijker en insectvriendelijker maakt. Het Nieuwe Weg Natuurfonds heeft afgelopen vier jaar de kosten voor het zaadmengsel betaald, dankzij een gehonoreerde subsidieaanvraag van het Cultuurfonds.

De kalfsvleesproductie in Nederland

Veel landbouwdiscussies gaan over de melkveehouderij (stikstof, mest), het dierenwelzijn van varkens en kippen of over de pesticiden in de akkerbouw en sierbloemteelt. De kalverfokkerij lijkt de dans te ontspringen. Toch gaf Carola Schouten, landbouwminister in Rutte 3, de opdracht om de sector te onderzoeken en stelde een commissie aanbevelingen op ter verbetering van de duurzaamheid in de kalverfokkerij.

Allereerst, de omvang van de mesterijen: als een melkveehouder in het voorjaar kalveren krijgt dan houdt de boer daar 30% van aan, 70% wordt voor een paar honderd euro per stuk verkocht aan een kalvermester. Die zet de kalveren, samen met buitenlandse kalveren, in hokken en mest ze af tot minimaal 300 kilo. Dat gebeurt in acht maanden. Dan wordt het kalf voor ± €2.000.- per stuk verkocht. Tel uit je winst. In totaal gaat het om iets meer dan een miljoen kalveren per jaar. Dus, de ruwe sectoromzet geschat: ruim een miljard euro.

Omdat we in Nederland weinig kalfsvlees eten gaat bijna alles naar het buitenland. Ook varkensvlees en kip is voor de export. Nederland produceert 3.9 miljard kilo vlees en heeft voor eigen behoefte ‘’slechts’’ 1.3 miljard kilo nodig. Nederland, één van de kleinste landen van Europa is de grootse vleesproducent van de unie.

De keerzijde kennen we allemaal: dieren die lang onderweg zijn, in kleine stalhokken worden gehouden, die veel ziektes onder de leden hebben, veel stank en ammoniak (stikstof) , methaan, lachgas, mest produceren en die veel, uit het buitenland geïmporteerde, voeding nodig hebben. En dan hebben we het nog niet over de misstanden in slachterijen.

Carola Schouten stelde o.a. voor om de reistijden voor kalveren te verkorten door een maximale transportgrens van 100 kilometer in te stellen. Ook moesten de kalveren voor vervoer minimaal een maand oud zijn, terwijl ze nu na één of twee weken al verkocht worden en extra kwetsbaar zijn voor infecties waarddoor er in de mesterij preventief medicijnen worden gebruikt. Ook wordt er een minimale eis gesteld aan het ijzergehalte in het bloed van de kalveren, want blank kalfsvlees wordt het beste verkocht en dus hebben de kalfjes last van bloedarmoede. Dit zijn enkele van de aanbevelingen.

Inmiddels zijn we alweer twee kabinetten verder en is er nog niets aangenomen om deze veehouderij duurzamer te maken. De zoveelste stilstand in de sector.


NATUURFONDS-logo - FINAL - coffee

© Stichting De Nieuwe Weg