Vernieuwing in de landbouw

Gepubliceerd

in

door


“Hoe is het daar beneden? vroeg de paardenbloem aan de wortel. Prima, een heel dradenweb van schimmels om me heen, het werkt met geven en nemen. Bacteriën weten met zijn allen wat ze moeten doen en de regenwormen werken weer volop in de zorg. Wacht, daar komt er een aan! Vretend aan de voorkant, poepend aan de achterkant. Prima, prima, heel goed voor ons.”

Joke van Leeuwen uit ‘Dàt bedoel ik, zei de zalm’

Een van de opvallende onderwerpen tijdens mijn Toer de Boer is de vernieuwing van het (biologisch) boerenbedrijf. Die kan technisch zijn: de gps-gestuurde tractor die met een joystick wordt bestuurd (tegelijk koesteren boeren de vijftig jaar oude Massey Ferguson-tractor die voor kleine, lichte klusjes nog gebruikt wordt). Of de ronde stal bij Luring in Onstwedde waardoor koeien gemakkelijker ruimte vinden als ze in de pikorde klappen krijgen. Fascinerend is de composteermethode bij Snip in Jonkersvaart waar de dagelijkse mest in de gierstal over een bak met houtsnippers en wormen wordt gesproeid waardoor er een enorme reductie in stikstof en broeikasgas ontstaat. En het eindproduct kostbare wormenmest wordt.

Het kunnen ook teelttechnische vernieuwingen zijn, bijvoorbeeld geen grote monoculturen maar gewassen op smalle lange stroken verbouwen waardoor deze minder kwetsbaar worden voor plagen en ziektes. Of het combineren van twee oogstgewassen, bijvoorbeeld graan en bonen, door elkaar, wat ik zag bij familie van Tilburg, Waddenmax, in Hornhuizen.

Maar waarschijnlijk de meest verstrekkende verandering is de erkenning van het belang van het bodemleven voor het teeltsucces van de boer. Dit opent deuren naar andere, duurzamere manieren van boeren. De verzamelnaam voor deze manier van werken is ‘regeneratief boeren’.

Mariël Edzes (Sappemeer) en Gert Noordhoff (Bellingwolde) hebben een tipje van de regeneratieve sluier opgelicht in de laatste Raapzaad-podcasts.  Het is boeiende materie. Planten hebben miljoenen jaren bestaan zonder dat ze kunstmest of bestrijdingsmiddelen nodig hadden om te overleven en te floreren. Planten hebben allerlei truukjes en strategieën om in contact met bacteriën, aaltjes, schimmels, wormen, insecten duidelijk te maken wat ze nodig hebben. En ze hebben ook wat in de aanbieding: planten zijn de enige organismen die in staat zijn om uit CO2 uit de lucht, water en zonlicht suikers te maken*, de universele brandstof. Die zetten ze in als commodity in onderhandeling met het ondergrondse leger van hongerige bodemorganismen. Het is wereldhandel.

Gert Noordhoff

Ik bewonder de groene innovatie van de boeren. Dergelijke kostbare, grote vernieuwingen komen in de detailhandel, mijn achtergrond, niet voor. Daar is het revolutionair als de groente van achter in de winkel naar voorin verplaatst wordt, of dat klanten zelf mogen afrekenen.

Ik heb bij akkerbouwer Gert Noordhoff in Bellingwolde geholpen om boerenkoolplantjes in de grond te zetten. Het is de proof of  the pudding van een regeneratieve aanpak. Want de theorie, de laboratoriumresultaten mogen kloppen, de praktijk wijst uit welke hobbels er nog zijn en of het haalbaar en rendabel is om aldus te werken.

*De fotosynthese in de dop: 6CO₂ + 6H₂O + zonlicht → C₆H₁₂O₆  (glucose, fructose) + 6O₂

een voorbeeld van regeneratief boeren

Er klinkt iedere keer een luide klik voordat de acht plastic kiemplanthouders als de cilinder van een revolver een positie opschuiven. Het bodempje onder de voorste houder opent zich en de boerenkoolplant valt, met het kluitje aarde rond de wortels, recht naar beneden in de ondiepe gleuf die een ploegijzertje maakt. We zitten met vier man, licht voorover gebogen, in de gemakkelijke kuipstoelen van de plantmachine. Op een paar metalen schappen voor ons liggen een kleine dertig zaaibakken met ongeveer 3.000 boerenkoolkiemplanten. Akkerbouwer Gert Noordhoff rijdt in een zeer langzaam tempo over de driehonderd meter lange strook waar de boerenkool moet groeien. “Gaat het?” roept hij. Het is gemakkelijk werk: je trekt een aantal kiemplantjes uit de tray en zorgt ervoor dat de tapslopende plastic houders gevuld blijven. Vooraf hebben de planten een sproeibad met water gehad en zijn daarna ondergedompeld in een kuip waarin een mengsel van algenconcentraat, verschillende zouten, melasse en bacteriën er voor zorgen dat de plantjes een kick-start-krijgen. Een paar meter achter de tractor en plantmachine loopt Abel Noordhoff (78), de vader van Gert. Hij controleert of de plantjes wel goed in de aarde terechtkomen.

Het is 10 juli, een warme vrijdagmiddag, als wij, Henk van der Molen en ondergetekende, ons melden bij Gert op Nieuw Udenhorst, de boerderij vlakbij Bellingwolde. De tractor met de plantmachine staat klaar maar er wordt getwijfeld en gerekend of er vier of vijf rijen geplant gaan worden. Gert verandert twee keer van gedachten waardoor twee keer een ketting en tandwielen omgewisseld  moeten worden.

De strook is licht gefreesd en met een roterende eg nog wat luchtiger gemaakt. De toplaag van klei kan weerbarstig hard zijn. In plaats van stalmest heeft Gert de grond gedroogde algenmest gegeven. Een mineraalrijke, plantaardige mest. Eigenlijk te duur om het uit Ierland in te kopen. Er moet evenwel een alternatief komen voor de biologische dierlijke mest die niet gemakkelijk te krijgen is en ook kostbaar begint te worden. Gert grapt dat we nu ‘biologische, veganistische boerenkool’ zullen oogsten.

In de regeneratieve landbouw die Gert toepast, hoort eigenlijk een dekgewas vlak voor het planten van de kool de grond te bedekken, maar het is begin juni te nat om dat in te kunnen zaaien. Een week voor het planten wordt het dekgewas ondergefreesd en zorgt de afbraak van het organisch materiaal voor een enorme boost in het bodemleven waardoor er extra voedingstoffen vrijkomen.

Gert heeft gekozen voor twee boerenkoolrassen , de Darkibor en de Westerwoldse Grove. Het laatste ras is een lokaal, oud ras. De verwachting van de smaak van de Westerwoldse Grove boerenkool is hoog.

Hij heeft eerder boerenkool geteeld maar die toen zo vroeg geplant dat aan het eind van de zomer het gewas al klaar was. Alleen piekeren klanten pas over boerenkool als het echt koud begint te worden.

Ik heb Gert in het voorjaar gevraagd of hij boerenkool zou kunnen telen, mijn favoriete wintergroente. Zeker, er zitten een zevental vitamines in waaronder erg veel vitamine A, C en K, en het bevat tien mineralen. Kortom, ja, super gezond, maar vooral super lekker.

We lopen langzaam langs de kleine kiemplantjes terug en bukken af en toe om wat overgebleven plantjes er tussen te plaatsen en andere wat dieper in de grond te duwen. We zweten en ik moet langzaam overeind komen om niet duizelig te worden. Maar daarna is er thee, bier, kaas, cakejes en aardbeien en wordt er samen met de vader en moeder van Gert nagepraat. Henk moet op tijd thuis zijn, maar stelt dat twee keer uit.

’s Avonds en de volgende dag stuurt Gert me foto’s van hoe de plantjes water krijgen. Die eerste week, waarin de kiemplant zich moet wortelen, is cruciaal voor het succes. Ik besef hoeveel werk er zit in de voorbereiding, het planten en de nazorg. In oktober kan er geoogst worden. Ik ga ervoor zorgen dat de super boerenkool van de Dollard klei ook in de stad te koop zal zijn.

Wordt vervolgd.


NATUURFONDS-logo - FINAL - coffee

© Stichting De Nieuwe Weg